Proefwerk

                                                                       Natuurkunde

Hard staan de vragen op papier. 
Rond om mij heen het koud lokaal. 
Ik voel me machteloos. Een dier, 
gevangen in een dode zaal. 
Waar ik ook zoek, het helpt geen zier.
Alle formules aan de haal.
Hoe ik dit vraagstuk ook vertaal, 
ik zit er maar. − Een kleine mier, 
alleen op stap in een woestijn. −  
Een vlieg, die cirkelt over wijn: 
een nutteloze hel. 
Ik teken strepen op de bank  
en wacht slechts op die reddingsklank 
van de bekende bel.