Crosscountry

                                                           voor Jan & Willie

Twaalfjarig klimt mijn oog 
weer op de hals & zadels van 1950 
Voorjaar giet weer lieflijk tafereel 
uit over de akker, getrappel van hoeven 
met jockeys bevracht, de almachtigen.
Crosscountry raasde over de akkers, 
crosscountry. Als ijsblokjes rinkelden 
rijzweepjes. De haver overspoeld met leer. 
Jockeys verend tussen gele hooimijt & haver. 
Manen onder de golvende wolk galoppeerden 
paarden onder de landeigenaren, bestikte 
zadels; de machtigen door katoen geadeld, 
door t stuivende katoenpluis uit Amerika.
Vliegend over de haverakker 
als eenmaal t groen zeil naar Amerika.
Oei, de Heren die ons als kapok beslapen 
vertraden op een zaterdag de haver. 
Nachtschade & doornroosjes staarden 
klavervrouwen naar de kreunende laarzen, 
crosscountry in t leer. Later, in de rookkamer 
(de boeren sliepen zwaar als hamers) 
(zwart de feodale haverakker onder de maan) 
(de renpaarden maalden de haver) 
de heren naderden de dames.
Stond nog stil als een speelkaart de snoek 
in de oude slotgracht, dichtgenaaid door riet-
naalden, gele iris; de laatste snoek half 
stikkend in t opdrogende water, ouder 
dan zilveren visbestek, machtig zadel, naar de 
duistere ruiten van boer en koning starend.

1968