De beuken
Groeien nog waar je naam in staat
‘Harry 1946’; de namen in de beuken
Alle namen staan in de beuken,
burgerlijke stand en bibliotheken
Zonder nasleep die boeken dragen:
de neergevallen stemmen, de steen
Dodezeerollen van de beukenstammen,
gladheid bidt om messen en schrift
Eén hart vraagt verdubbeling,
blad lover, lover; druppels de zee
De beuken ruisen de namen
De beuken ruisen alle namen
van de levenden en de doden samen
Parken zijn van beuken daarom
Droefst groen, helderst rood daarom
Beukenhout brandt het mooist daarom,
vlamt het diepst over je naam
− Vaarwel beuken, vaarwel
− Waaiwel beuken, waaiwel