Enschede
1
Langer dan een eeuw aan de ketting
van t katoenconcern dat zweet vretend
vraatzuchtig als Iwan de Verschrikkelijke
(als schuld te hard op de borst klopte)
weleens een park afschoof, compleet
met het opgekalefaterd bakkes van de schenker
langer dan stinkende eeuw
rookt deze stad (Ezelsschede) zich dood,
evenveel schoorsteenpijpen als Praha
torens, of meer/hoor ze fluiten
de achterkleinzoons van die fluitspeler
uit Hameln: de sirenes/ze gaan de poort
in, zaaien zich uit, de spinners en spoelers
op de katoenplantage van de machines.
2
Swinters swingt de katoen en de sneeuw
Zomers sneeuwt t katoenvlokken roet
int cotton-size kingdom Baumwollstrasse
Op iedere berk en eik in de omtrek
onder alle weidepalen, de vleugeltjes
van de koolmees, op hek en straatsteen
staat de vingerprent van een katoenkoning.
3
10 stoelen te gronde gericht
in de Lage Bothof
2 portieken smaken t zuur
van verkrachting
In de tuinen van Memphis
het blikkerende hotel, in
rijke zetting van treurwilgen
rolt de parasol en de wals
In de schaduw van de treurwilg
fluit het Volkspark
op een eenvoudige sparrentak
continu de Memphis Blues.