Het dorp

Voornaamste lichtbron: de gloeilamp 
Vrolijkheid en treurnis gemengd bedrijf 
Bosrijke beekoever; geen marters meer

Busverbindingen met E, onregelmatig; 
station al opgedoekt in 27, fabricage 
van mierenzuur & plastics; de blekerij 

stuitert zijn vuil langs de asfaltweg 
Coöperatieve Zuivelfabriek, roerige 
ketels; villa’s roeiden de vliegenzwam uit

Toch, vooral in de herfst lijkt weinig anders, 
dezelfde schoten als toen, de stappen 
de nevels, de verre vuist van de bossen

alles als vanouds. Soms savonds onder 
de gloeilampen, oog in oog met een marter  
aan een tegelmuur, een raam met een akker,

koehoorns en vuur, dezelfde families 
op dezelfde vijf steenworpen afstand, vazen 
van vijftig jaar her binnen oogbereik, de scheepjes

op de tegels naar hetzelfde land onderweg 
dat je o lang geleden verzon; de oude traan 
van koud en door t ijs gezakt over je wang.