Voor het vlieggat

1
Uber alle Gipfeln ist ratata
Sprookjes
roken kalmpjes in de wouden.
Oude hutten!
Van kolenbranders!

2
Edik en kalk van edicten, ongebluste
gieten de korven de kurven, en de Wurlitzer,
de bard, balkt in het roggeveld
Gedrieën waanzin met de ooglap schrik
en hiklach stropen de landouw af

3
‘Ook vandaag werden 10.000 dichters geboren
En zou ik dan mijn zicht niet mogen haren
nu de rogge zo rijp is?’

4
Ik klaag jullie aan zangers van liederen
mompelaars van spreuken, orakels in de doolhof!
Ik ben salpeterzoeker van mijn vak welk oud ambacht
ik bekleed met een varkenskop bekleed.
Ting.

5
Kanker carnaval van het vlees
kermis van het lijf niet ziel genaamd
ziehier
enkele slecht geslepen komma’s.

6
Virussen stampen in mijn voorhoofd
als Samojeden.
Mijn achterhoofd daarentegen
wemelt van dragonders
en andere rassen

7
Mijn muts schutse en hut.
Aan de muur de wetsteen.
Krakende karren, dode voerlui
daalden het Ertsgebergte af.