Zwembad Havenzicht

Naar de onrustige rimpeling van ’t kanaal,
grijsgroen, waar ‘Vredestein’ even verder dampte
voorbij de geknapte brug, wees ’t kaartenhuis
bladderend als een schildwachthokje, door hartenvrouw

lieflijk bemand, en naar het allergrauwste zand ooit
op varkensgras uitgestrooid, bij de joelende
voederbak vol laag water haaks op de vlonder
langs het een doodenkel zoutschip dragende kanaal.

Op ’t cement druppelden of ruisten de douches
aan dof zinken buizen, staccato klapperden
de badhokdeuren, die hol voetgedruis kaatsten

en naar kanaalgolven dorstende stemmen. Rechtop,
heerser over het water, de torso van Alva,
oranje op de steiger, die de stemmen stuurt.